ECLI:NL:CRVB:2006:AV0582
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kredietplafond bijstand wegens onjuiste waardering vermogen
Verzoeker diende op 20 maart 2003 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Gedaagde kende bijstand toe en stelde het vermogen van verzoeker vast, inclusief een negende deel van een appartementencomplex in Wenen. Vervolgens werd de bijstand verleend als geldlening onder hypotheek met een maximumbedrag dat ook de waarde van het appartement omvatte.
Verzoeker maakte bezwaar tegen deze vaststelling en stelde dat de waarde van het aandeel in het appartementencomplex niet meegenomen mocht worden omdat hij daar niet woonachtig was. De rechtbank oordeelde ten onrechte dat de Wet werk en bijstand (WWB) van toepassing was en handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat artikel 20 van Pro de Abw van toepassing bleef vanwege het overgangsrecht en dat de waarde van het niet bewoonde appartement niet in het kredietplafond mag worden betrokken. Het besluit van 14 oktober 2004 werd vernietigd en gedaagde opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, maar gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan verzoeker vergoed.
Uitkomst: Het besluit over het kredietplafond bijstand wordt vernietigd en gedaagde moet een nieuw besluit nemen zonder de waarde van het niet bewoonde appartement mee te rekenen.