ECLI:NL:CRVB:2006:AV0346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheid naar 25 tot 35 procent op grond van WAO
Appellante, voormalig inpakster, viel in 1996 uit wegens depressieve klachten. Na een periode van uitkering op grond van de WAO werd haar arbeidsongeschiktheid herzien door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) naar een mate van 25 tot 35 procent. Dit besluit werd bevestigd in bezwaar en in eerste aanleg door de rechtbank.
In hoger beroep betwistte appellante dat haar klachten en beperkingen voldoende zijn meegewogen. Zij overlegde nieuwe medische verklaringen van een neuroloog en verwees naar eerdere psychiatrische rapportages. De Raad concludeerde echter dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. De geselecteerde functies werden passend geacht en de loonwaarde daarvan leidde tot de vaststelling van 25 tot 35 procent arbeidsongeschiktheid.
De Centrale Raad vernietigde het bestreden besluit vanwege onvoldoende motivering door het UWV, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd met instandhouding van de rechtsgevolgen en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.