ECLI:NL:CRVB:2006:AV0212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling eigen bijdrage AWBZ voor verblijf in verzorgingshuis
Appellante verbleef vanaf 19 februari 2003 in een AWBZ-instelling, na een ziekenhuisopname van 8 januari tot en met 18 februari 2003. Gedaagde stelde bij besluit van 30 juli 2003 de eigen bijdrage AWBZ vast op € 526,83 per maand met ingang van 8 juli 2003. Appellante betwistte dit en verwees naar een eerdere beschikking van 28 juli 2003, waarin een lagere bijdrage van € 106,-- was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de artikelen 4 en 14 van het Bijdragebesluit zorg dwingendrechtelijk zijn en dat de hogere bijdrage correct was vastgesteld na het verstrijken van de zes maanden wachtperiode. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat appellante op de hoogte had kunnen zijn van de termijnbeperking van de lagere bijdrage.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad benadrukte dat de periode van ziekenhuisverblijf moet worden meegerekend bij de wachtperiode en dat het besluit om de hogere eigen bijdrage vast te stellen niet in strijd is met geschreven of ongeschreven recht. Een veroordeling in proceskosten wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot vaststelling van de hogere eigen bijdrage AWBZ na de wettelijke wachtperiode.