ECLI:NL:CRVB:2006:AV0193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing arbeidsongeschiktheid
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om zijn WAO-uitkering met ingang van 3 juli 2001 in te trekken vanwege een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 15%. Het bezwaar werd door het Uwv gegrond verklaard met een arbeidsongeschiktheidsklasse van 25 tot 35%, maar de rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank. Appellant heeft geen nieuwe, concrete medische gegevens aangevoerd die zijn standpunt ondersteunen dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn psychische beperkingen en traumatisering door een gewelddadig voorval. De Raad acht het besluit van 9 oktober 2002 rechtens juist en ziet geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De Raad benadrukt dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt daarmee het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering. De uitspraak is gedaan door mr. J.W. Schuttel, in aanwezigheid van griffier drs. T.R.H. van Roekel, op 13 januari 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.