ECLI:NL:CRVB:2006:AV0192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering per 24 oktober 2001, omdat volgens haar haar medische beperkingen werden onderschat. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad baseert zich op de medische gegevens in het dossier, waaruit blijkt dat appellante weliswaar beperkingen heeft, maar niet ernstiger dan door de verzekeringsartsen vastgesteld. De functies die haar zijn voorgehouden zijn passend bij haar belastbaarheid.
Er zijn geen aanvullende medische gegevens overgelegd die het oordeel van de verzekeringsartsen kunnen weerleggen. Ook is er geen reden om het besluit op grond van bestuursrechtelijke bepalingen te vernietigen. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak dat de intrekking van de WAO-uitkering rechtmatig is.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.