ECLI:NL:CRVB:2006:AU9951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing over eerste arbeidsongeschiktheidsdag en verzekeringsstatus
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens psychische klachten die in 1990 zouden zijn begonnen tijdens werkzaamheden in Nederland. De verzekeringsarts van gedaagde concludeerde, op basis van een medisch rapport uit Marokko, dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag in 1992 lag, waarna appellant niet meer verzekerd was onder de Nederlandse arbeidsongeschiktheidswetten.
Gedaagde weigerde daarom de uitkering toe te kennen, en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij gedurende de verzekerde periode ten minste 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest. De Raad onderschrijft dit oordeel en wijst erop dat het risico van onduidelijkheid bij late melding voor rekening van appellant komt.
Appellant voerde in hoger beroep geen nieuwe gezichtspunten aan die tot een ander oordeel konden leiden. De Raad besloot daarom het hoger beroep ongegrond te verklaren en de uitspraak van de rechtbank te bevestigen. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter H. van Leeuwen en leden T.L. de Vries en H.J. Simon op 13 januari 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.