ECLI:NL:CRVB:2006:AU9950
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stagevergoeding als inkomen uit arbeid voor kinderbijslag
Appellante betwistte het besluit van de Sociale verzekeringsbank waarin haar kinderbijslag werd herzien vanwege het inkomen van haar dochter, die een opleiding tot verpleegster volgde en een stagevergoeding ontving. De kern van het geschil was of deze vergoeding als inkomen uit arbeid moet worden aangemerkt volgens de Regeling inkomen kinderbijslag 1997.
De dochter had eerst een leerovereenkomst met een stichting en ontving een bruto zakgeld, later een leer-arbeidsovereenkomst met een salaris. De rechtbank oordeelde dat deze bedragen als inkomsten uit arbeid gelden, waardoor het recht op kinderbijslag verviel. Appellante voerde aan dat het leeraspect overheersend was en er geen sprake was van productieve arbeid.
De Raad overwoog dat ondanks het leeraspect de vergoeding moet worden gezien als inkomen uit arbeid, mede omdat de scholing plaatsvond met het oog op productieve werkzaamheden en een toekomstige arbeidsovereenkomst. Ook de boete wegens schending van de informatieplicht werd bevestigd omdat het redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat de inkomsten invloed hadden op de kinderbijslag.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De stagevergoeding wordt als inkomen uit arbeid beschouwd, waardoor de kinderbijslag wordt herzien en de boete gehandhaafd.