ECLI:NL:CRVB:2006:AU9935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid verzoek om herziening wegens termijnoverschrijding afgewezen
Opposant verzocht om herziening van een uitspraak van de Raad van 30 juli 2004. De Raad verklaarde het verzoek om herziening niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet tijdig was voldaan. Opposant maakte bezwaar tegen deze beslissing door middel van verzet.
De Raad herinnerde opposant meerdere malen aan de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn. Dit griffierecht werd echter niet op de rekening van de Raad bijgeschreven. Volgens artikel 22 van Pro de Beroepswet en artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht leidt het niet tijdig voldoen van het griffierecht tot niet-ontvankelijkheid, tenzij niet kan worden geoordeeld dat er sprake is van verzuim.
Opposant bracht in het verzet geen nieuwe feiten of omstandigheden aan die het verzuim konden opheffen. Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond en handhaafde de eerdere beslissing. Er waren geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd in het openbaar gegeven op 18 januari 2006.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om herziening wegens niet tijdige betaling van griffierecht is ongegrond verklaard.