ECLI:NL:CRVB:2006:AU9920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op grond van belastbaarheid bij bekkeninstabiliteit
Appellante was medewerkster patiëntenadministratie en staakte haar werkzaamheden in 1996 vanwege pijnklachten tijdens zwangerschap. Na diagnose bekkeninstabiliteit hervatte zij beperkt werk, maar stopte definitief na tweede zwangerschap in 1998. Gedaagde kende aanvankelijk een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65-80%, later verhoogd naar 80-100%. In 2001 werd de uitkering ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%, waarna bezwaar leidde tot herziening naar 15-25%.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar beperkingen groter waren dan vastgesteld, onderbouwd met een medisch rapport van een specialist die rug- en bekkenklachten bevestigde. De Raad overwoog dat de beperkingen objectief medisch vastgesteld moeten zijn en dat de verzekeringsartsen en revalidatiearts Blanken dit zorgvuldig hadden gedaan. Het rapport van Van Essen uit 2003 bood geen aanleiding tot een ander oordeel, mede omdat het niet geobjectiveerd was en betrekking had op een latere periode.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit op een voldoende zorgvuldige medische grondslag berust en dat appellante in staat is de resterende functies te vervullen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25% wordt bevestigd.