ECLI:NL:CRVB:2006:AU9889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloon vaststelling na bedrijfsongeval en afwijzing schadevergoeding
Appellant, werkzaam als beveiligingsmedewerker, raakte op 11 november 2001 arbeidsongeschikt door een bedrijfsongeval. Het uitzendbureau en het UWV stelden de eerste ziektedag vast op die datum en berekenden het dagloon zonder de verdiensten van week 45 2001 mee te nemen. Appellant betwistte dit en stelde dat het ongeval op 12 november 2001 plaatsvond, waardoor week 45 een volledige werkweek zou zijn en zijn loon in de dagloonberekening betrokken moest worden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat uit de stukken bleek dat het ongeval op 11 november 2001 plaatsvond. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt en verzocht tevens om een schadevergoeding van € 75.000,00. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het dagloon correct was vastgesteld volgens artikel 3 van Pro de Dagloonregelen Ziektewet en het Lisv-besluit, omdat de eerste ziektedag de dag was waarop de nachtdienst begon, namelijk 11 november 2001.
De Raad verwierp het verzoek om schadevergoeding, omdat er geen grond was voor vergoeding op basis van artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Ook werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 Awb Pro. Het hoger beroep werd afgewezen en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.