ECLI:NL:CRVB:2006:AU9642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig beëindigd tijdelijk dienstverband tijdens proeftijd bij gemeente Rotterdam
Appellant was vanaf 15 oktober 2000 tijdelijk aangesteld als chef leidingenbureau bij de gemeente Rotterdam met een proeftijd. Ondanks enkele verbeteringen in zijn functioneren, werd hem op 27 september 2002 ontslag verleend met ingang van 1 oktober 2002, nadat hem tevens een alternatieve functie als beleidsadviseur ondergrond was aangeboden en later ingetrokken.
De rechtbank had het beroep tegen dit ontslagbesluit afgewezen, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat onvoldoende is aangetoond dat appellant niet aan de redelijke eisen van zijn functie voldeed. Kritiek op zijn functioneren was globaal en niet met concrete voorbeelden onderbouwd, terwijl appellant gemotiveerd ontkende.
Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en het primaire ontslagbesluit. Tevens veroordeelt zij de gemeente Rotterdam tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt vernietigd omdat onvoldoende aannemelijk is dat appellant niet aan de redelijke eisen voldeed.