ECLI:NL:CRVB:2006:AU9378
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor ander werk ondanks psychische klachten
Appellante, werkzaam als caissière, meldde zich ziek met psychische klachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Een verzekeringsarts stelde een belastbaarheidspatroon op waaruit bleek dat zij ongeschikt was voor haar eigen werk maar geschikt voor andere functies, waardoor haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. De WAO-uitkering werd geweigerd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en verwees naar verklaringen van haar psychiater en huisarts die haar beperkingen onderschreven. De rechtbank schakelde een onafhankelijke psychiater in die meer beperkingen constateerde, maar de rechtbank volgde deze niet en bevestigde de eerdere conclusie.
De Raad oordeelde dat de medisch objectiveerbare beperkingen voldoende in het belastbaarheidspatroon waren verwerkt en dat de door appellante ingebrachte verklaringen deels betrekking hadden op latere feiten die niet relevant waren. De Raad bevestigde daarom het besluit tot weigering van de WAO-uitkering.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellante geschikt wordt geacht voor ander werk met minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.