ECLI:NL:CRVB:2005:AV7700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tussentijds ontslag wegens onvoldoende studieresultaten tijdens opleiding
Appellant was per 1 maart 2002 in tijdelijke dienst bij de Belastingdienst voor de duur van een opleiding. Na het theoretische deel van de opleiding werd hem per 1 oktober 2002 ontslag verleend omdat hij niet geplaatst kon worden in een praktijkstage vanwege onvoldoende prestaties en functioneren.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel aan de norm voldeed, dat hij niet in de gelegenheid was gesteld het examen af te ronden, en dat zijn concentratieproblemen te wijten waren aan een schildklieraandoening. De Raad overwoog dat het ontslag op grond van artikel 95, tweede lid ARAR, met inachtneming van een opzegtermijn, mogelijk is indien studieresultaten onvoldoende zijn en dat toetsing terughoudend is.
De Raad concludeerde dat gedaagde redelijkerwijs tot het oordeel kon komen dat appellant onvoldoende studieresultaten behaalde en niet binnen afzienbare tijd verbetering zou tonen. De stelling dat appellant per abuis stukken code van anderen gebruikte werd niet geloofd. Ook werd het belang van houding en gedrag in de praktijkopleiding onderkend.
De medische omstandigheden werden niet voldoende onderbouwd met een overtuigende verklaring, waardoor ook ziekte de ontslagbevoegdheid niet uitsloot. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het tussentijds ontslag wordt bevestigd.