ECLI:NL:CRVB:2005:AU9548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet-beschikbaar zijn voor werk
Appellante, voormalig schoonmaakster, vroeg een WW-uitkering aan met ingang van 7 april 2000. De uitkeringsinstantie weigerde de uitkering omdat zij niet voldeed aan de beschikbaarheidsvoorwaarde uit artikel 16 van Pro de WW. Appellante had geen sollicitatieactiviteiten verricht omdat zij zich arbeidsongeschikt achtte en bezwaar had aangetekend tegen haar WAO-beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat onbekendheid met de wettelijke verplichting tot beschikbaarheid geen grond is om van het besluit af te wijken, omdat het een dwingendrechtelijke bepaling betreft.
De Raad wees tevens af om proceskosten toe te kennen en bevestigde het bestreden besluit dat appellante geen recht heeft op de WW-uitkering wegens het ontbreken van beschikbaarheid voor werk.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens niet beschikbaar zijn voor werk.