ECLI:NL:CRVB:2005:AU9193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G. van de Wiel
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht en boeteoplegging eigenrijders in goederentransport
Appellante exploiteert een goederentransportbedrijf en maakt gebruik van eigenrijders met eigen trucks en vergunningen. Na een beleidswijziging per 1 juli 2002 werd het bezit van een vergunning niet langer als vrijstelling van verzekeringsplicht gezien. De looncontrole in 2003 wees uit dat zeven eigenrijders vanaf die datum als werknemers moesten worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat appellante premieplichtig was en dat de boete terecht was opgelegd wegens opzet of grove schuld, hoewel een deel van de vergoeding niet als loon mocht worden aangemerkt. Appellante voerde aan dat eigenrijders zelfstandige ondernemers waren, vrij waren om zich te laten vervangen en dat de aanwijzingen voortkwamen uit contractuele verplichtingen met opdrachtgevers.
De Raad stelde vast dat eigenrijders persoonlijk moesten werken, niet vrij waren willekeurig te laten vervangen en onder gezag van appellante stonden. Het werk maakte integraal deel uit van de bedrijfsvoering. De Raad bevestigde dat de arbeidsverhoudingen privaatrechtelijk van aard waren en dat de boete terecht was opgelegd vanwege nalatigheid ondanks tijdige beleidswijziging en waarschuwingen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verzekeringsplicht van eigenrijders en de boeteoplegging van 25%.