ECLI:NL:CRVB:2005:AU9007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid prematuur bezwaar tegen UWV-besluit
Appellante stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch, waarin haar bezwaar tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het bezwaar te vroeg was ingediend.
De kern van het geschil was of appellante redelijkerwijs kon menen dat het besluit waartegen zij bezwaar maakte, op het moment van indiening van het bezwaar reeds bestond. De rechtbank oordeelde dat appellante slechts een vermoeden had over de inhoud van het besluit, maar dat het besluit zelf nog niet tot stand was gekomen, waardoor het bezwaar prematuur was.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en voegde toe dat de door appellante aangevoerde eerdere uitspraken van andere hoven niet vergelijkbaar waren met de feitelijke situatie in deze zaak. De Raad zag geen reden om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar.
De Raad wees tevens een veroordeling in de proceskosten af en sprak het vonnis uit in het openbaar op 24 november 2005.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante tegen het UWV-besluit is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit.