ECLI:NL:CRVB:2005:AU9001
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.Q.C. Tak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging premieplicht aandeelhouders en handhaving correctienota's sociale verzekeringen
Appellante stelde in hoger beroep dat de premieplicht voor haar aandeelhouders onterecht werd vastgesteld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (gedaagde). De rechtbank Amsterdam had het beroep ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat de premieplicht sinds besluiten van 27 januari 1998 vaststaat en dat correctienota’s binnen de wettelijke termijn zijn opgelegd.
Appellante voerde aan dat voor een van de aandeelhouders, die in dienst was bij een buitenlandse onderneming, geen premieplicht bestond over een deel van de periode en dat gedaagde onzorgvuldig en in strijd met het vertrouwensbeginsel had gehandeld door correctienota’s op te leggen na bijna vijf jaar. De Raad oordeelde dat het aan appellante was om wijzigingen in arbeidsrelaties tijdig door te geven en dat de premieplicht onverminderd van kracht bleef.
De Raad benadrukte dat de statusoverzichten slechts administratieve weergaven zijn en dat onjuistheden door appellante hadden moeten worden gecorrigeerd. De correctienota’s werden gegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de premieplicht en handhaaft de correctienota’s over de jaren 1997 tot en met 2001.