ECLI:NL:CRVB:2005:AU8935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing artikel 30 WAO bij weigering WAO-uitkering
Appellant, werkzaam als kwekerijmedewerker, meldde zich ziek met pijnklachten aan diverse gewrichten. Medisch onderzoek bevestigde een lang bestaande polyarthritis met duidelijke beperkingen. De verzekeringsarts en reumatoloog concludeerden dat appellant bij aanvang van de WAO-verzekering reeds volledig arbeidsongeschikt was of dat arbeidsongeschiktheid binnen een half jaar te verwachten was.
Gedaagde weigerde op grond van artikel 30 WAO Pro een uitkering toe te kennen. Appellant betwistte dit, stellende dat sprake was van een eruptieve toename van zijn aandoening na aanvang van de verzekering, en dat hij naar tevredenheid had gewerkt. De rechtbank en later de Raad oordeelden echter dat de medische rapporten en belastbaarheidspatronen het standpunt van gedaagde ondersteunen.
De Raad overwoog dat het beleid dat gold ten tijde van de aanspraak bepalend is en dat er geen sprake is van een criminal charge zoals bedoeld in het EVRM. De Raad bevestigde het bestreden besluit en zag geen aanleiding om de proceskosten anders toe te wijzen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering op grond van artikel 30 WAO.