ECLI:NL:CRVB:2005:AU8605
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering uitbetaling ziekengeld wegens te late ziekmelding werkgever
Appellante, werkzaam als fiscaal medewerkster, meldde zich op 11 februari 2002 ziek bij haar werkgever, die dit op 12 februari 2002 aan de arbodienst doorgaf. De arbodienst constateerde op 14 februari 2002 een miskraam. De werkgever gaf de ziekmelding echter pas op 25 maart 2002 aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) door, met vermelding van zwangerschap als oorzaak.
Het UWV weigerde ziekengeld uit te betalen tot 26 maart 2002 vanwege de te late ziekmelding door de werkgever, conform artikel 38a Ziektewet. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante tegen deze weigering ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de arbodienst zonder expliciete toestemming geen medische gegevens aan de werkgever mocht verstrekken, waardoor de werkgever niet eerder op de hoogte kon zijn van de ziekteoorzaak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de datum waarop de arbodienst op de hoogte is van de ziekteoorzaak geldt als de datum waarop de werkgever redelijkerwijs geacht wordt hiervan op de hoogte te zijn, zodat de termijn van vier dagen voor ziekmelding ingaat. Omdat de werkgever geen regeling had getroffen met de arbodienst om tijdige ziekmelding zonder schending van medische privacy te waarborgen, blijft de te late ziekmelding voor rekening van de werkgever. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het bezwaar ongegrond verklaard.
Uitkomst: De ziekengelduitbetaling wordt geweigerd vanwege te late ziekmelding door de werkgever.