ECLI:NL:CRVB:2005:AU8303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdelijke aansprakelijkheid voor premies werknemersverzekeringen ondanks storting op G-rekening en verklaring goed betalingsgedrag
Appellante is door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor premies werknemersverzekeringen die door twee verbonden ondernemingen verschuldigd waren over verschillende loontijdvakken in de jaren 1996 tot en met 1998. Deze aansprakelijkstelling volgde op besluiten van 28 december 2001 en werd bevestigd na bezwaar en beroep bij de rechtbank.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door stortingen op een G-rekening en een verklaring van goed betalingsgedrag aan haar verplichtingen had voldaan, dat eerst bestuurders van de betrokken ondernemingen aansprakelijk gesteld hadden moeten worden en dat zij in haar verdediging was geschaad doordat niet alle relevante stukken waren overgelegd. De Raad oordeelde dat deze grieven in wezen een herhaling van eerdere bezwaren waren en dat de rechtbank terecht de aansprakelijkheid had bevestigd.
De Raad benadrukte dat het UWV niet gebonden is aan het oordeel van de belastingdienst omtrent het afzien van aansprakelijkstelling, aangezien het UWV een eigen bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft. Gezien deze overwegingen werd de aangevallen uitspraak bevestigd en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid van appellante voor de premies werknemersverzekeringen.