ECLI:NL:CRVB:2005:AU8259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aansprakelijkstelling voor niet-betaling sociale premies wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur
Belanghebbende was administrateur van twee ondernemingen die premies voor sociale verzekeringen niet betaalden. Het bestuursorgaan stelde hem op grond van artikel 16d van de Coördinatiewet Sociale Verzekering hoofdelijk aansprakelijk wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en bepaalde dat het bestuursorgaan nieuwe beslissingen moet nemen. Zowel belanghebbende als het bestuursorgaan gingen in hoger beroep tegen delen van deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk feitelijk het beleid van de ondernemingen heeft bepaald als bestuurder. Hoewel hij waarschijnlijk op de hoogte was van frauduleuze praktijken, ontbrak het aan een initiërende en leidende rol die kenmerkend is voor bestuurders. De verklaringen van getuigen ondersteunen dit niet.
De Raad vernietigt het deel van de uitspraak dat het bestuursorgaan nieuwe beslissingen moet nemen met inachtneming van het eerdere oordeel en bevestigt het overige. Er is geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. Het bestuursorgaan moet het griffierecht vergoeden aan belanghebbende.
Uitkomst: De Raad vernietigt het oordeel dat belanghebbende feitelijk bestuurder was en bevestigt dat het bestuursorgaan nieuwe beslissingen moet nemen zonder hem hoofdelijk aansprakelijk te stellen.