ECLI:NL:CRVB:2005:AU8155
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken vrijheidsberoving
Eiseres, geboren in 1926 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in 2003 om erkenning als vervolgingsslachtoffer en een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Zij stelde dat zij de oorlog onder zware omstandigheden had doorstaan, vergelijkbaar met geïnterneerden, hoewel zij zelf niet geïnterneerd was geweest. Haar broers waren wel erkend als vervolgingsslachtoffers vanwege verblijf in werkkampen en blijvende invaliditeit.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees haar aanvraag af omdat niet was aangetoond dat zij door de Japanse bezettende macht van haar vrijheid was beroofd. De Raad concludeerde dat de omstandigheden waaronder eiseres leefde, hoewel zwaar, niet voldeden aan de wettelijke definitie van vervolging die vrijheidsberoving vereist.
De Raad overwoog dat algemene oorlogsomstandigheden, zoals het vernietigen van eigen gewassen en het verbouwen van oliepitten voor de bezetter, niet als vrijheidsberoving gelden. Er waren geen gegevens gevonden die duidden op internering van eiseres in kampen of gevangenissen waar permanente bewaking of levensbeëindiging werd beoogd.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af. Hiermee bevestigde de Raad dat eiseres geen vervolging in de zin van de Wet heeft ondergaan, ondanks de moeilijke omstandigheden tijdens de bezettingsjaren.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat niet is aangetoond dat zij vrijheidsberoving heeft ondergaan.