ECLI:NL:CRVB:2005:AU8063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering na geschil over arbeidsongeschiktheid en functiegeschiktheid
Appellante, die sinds 1985 een WAO-uitkering ontvangt, maakte bezwaar tegen een herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheid die haar uitkering verlaagde naar 65-80%. Diverse medische en arbeidsdeskundige rapporten werden overlegd, waarbij de verzekeringsarts een belastbaarheid van 4 uur per dag aannam en meerdere geschikte functies aanwees.
Psychiatrische rapporten van Van Weers en Groot stelden appellante als volledig of vrijwel volledig arbeidsongeschikt in, met name vanwege psychische beperkingen en verhoogd ziekteverzuim bij werkhervatting. De rechtbank en de Raad oordeelden echter dat de beperkingen objectief medisch niet zodanig waren dat appellante niet in staat zou zijn om de geduide functies met urenbeperking te verrichten zonder extreem ziekteverzuim.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank Maastricht bevestigd moet worden, omdat er voldoende functies zijn die appellante kan vervullen binnen de vastgestelde beperkingen. De Raad verwierp het beroep op ernstiger beperkingen en achtte het bezwaar ongegrond. De WAO-uitkering blijft derhalve vastgesteld op een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80% en verklaart het bezwaar van appellante ongegrond.