ECLI:NL:CRVB:2005:AU8019
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum en grondslag periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Na psychiatrisch onderzoek is vastgesteld dat haar psychische klachten verband houden met het omkomen van haar vader tijdens de oorlog.
Verweerster kende eiseres een uitkering toe met ingang van 1 juni 2001 en stelde de grondslag vast op een bepaald bedrag. Eiseres maakte bezwaar tegen de hoogte van de grondslag en de ingangsdatum van de uitkering. Verweerster wijzigde vervolgens de grondslag naar een hoger bedrag, waarmee het eerdere besluit op dat punt ondeugdelijk werd bevonden.
De Raad oordeelt dat de ingangsdatum van de uitkering volgens de wet op de datum van aanvraag moet worden vastgesteld en dat geen ambtelijke fout is gemaakt bij het eerdere besluit. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard voor zover het de ingangsdatum betreft. Het beroep wordt gegrond verklaard voor zover het de hoogte van de grondslag betreft en het besluit op dat punt vernietigd.
Verweerster wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiseres. De uitspraak bevestigt de toepassing van wettelijke bepalingen en beleidsregels omtrent de vaststelling van uitkeringen voor vervolgingsslachtoffers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de hoogte van de grondslag en ongegrond voor de ingangsdatum; het besluit wordt op de grondslag vernietigd.