ECLI:NL:CRVB:2005:AU7859
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gedifferentieerde WAO-premie en werkgeverschap bevestigd
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie over 1999 en 2000 vernietigde. De rechtbank oordeelde dat het werkgeverschap van gedaagde onvoldoende was gemotiveerd en niet definitief vaststond.
De Raad stelt dat geen rechtsregel zich verzet tegen het vaststellen van de premie zolang het werkgeverschap nog onderwerp van bezwaar of beroep is. Appellant heeft het werkgeverschap voldoende gemotiveerd met een rapport van een looninspecteur waarin is vastgesteld dat gedaagde werknemers in dienst had. Dit rapport is aan gedaagde kenbaar gemaakt.
Gezien het ontbreken van afzonderlijke grieven tegen de premie berekening en eerdere uitspraken waarin het werkgeverschap werd bevestigd, oordeelt de Raad dat de bestreden besluiten in stand blijven. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het beroep toewijst en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie over 1999 en 2000 wordt ongegrond verklaard en het werkgeverschap van gedaagde bevestigd.