ECLI:NL:CRVB:2005:AU7824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag wegens arbeidsongeschiktheid na onvoldoende re-integratie
Appellant was sinds 1984 werkzaam bij de gemeente en werd wegens klachten aan zijn rechterarm arbeidsongeschikt verklaard. Na langdurige ziekte en een WAO-uitkering werd een ontslagprocedure gestart. De gemeente verleende appellant eervol ontslag per 1 februari 2003 wegens arbeidsongeschiktheid.
Appellant voerde aan dat onvoldoende re-integratie-inspanningen waren verricht om hem terug te plaatsen in zijn eigen functie. De Raad constateerde echter dat lichtere werkzaamheden binnen zijn sector niet mogelijk waren en dat re-integratie-inspanningen gericht waren op andere functies binnen de gemeente, zoals beheerder sporthal en schoonmaakmedewerker.
Hoewel de functie van beheerder sporthal medisch gezien achteraf niet passend bleek, was er vooraf overleg met een arbo-arts en arbeidsdeskundige die geen bezwaren hadden. Verder werden passende adviezen gegeven en faciliteiten getroffen. Andere functies werden ook overwogen, maar bleken niet haalbaar of werden aan anderen toegewezen.
De Raad oordeelde dat de inspanningen van de gemeente voldoende waren gezien de medische beperkingen en het ontbreken van geschikte vacatures. Een bemiddeling zou geen zinvolle bijdrage hebben geleverd. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het eervol ontslag bevestigd.
Uitkomst: Het eervol ontslag van appellant wegens arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd omdat voldoende re-integratie-inspanningen zijn verricht.