ECLI:NL:CRVB:2005:AU7535
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- G. van der Wiel
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank die de weigering van een WAO-uitkering bevestigde. De uitkering werd geweigerd omdat appellant vanaf 26 november 2001 minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht.
De kern van het geschil betrof de juiste vaststelling van het maatmaninkomen waarop de berekening van de arbeidsongeschiktheid is gebaseerd. Appellant stelde dat structurele onkostenvergoedingen tot het maatmaninkomen behoren en dat de gebruikte loongegevens niet overeenkomen met het werkelijk genoten inkomen.
De Raad oordeelde dat appellant geen bewijs heeft geleverd voor een hoger genoten loon dan waar gedaagde van uitging. De onkostenvergoeding van ƒ 20,- per dag werd niet tot het maatmaninkomen gerekend, terwijl de bonus ziekteverzuim van ƒ 100,- per week netto wel tot het maatmaninkomen behoort. Dit leidde tot een berekend arbeidsongeschiktheidspercentage van 14,3%, wat onder de 15% grens blijft.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en zag geen reden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering vanwege minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.