ECLI:NL:CRVB:2005:AU7247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-uitkering wegens niet-causale toename arbeidsongeschiktheid
Appellante, sinds 1975 arbeidsongeschikt verklaard wegens rugklachten, verzocht om verhoging van haar WAO-uitkering wegens vermeerderde arbeidsongeschiktheid sinds februari 2001. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze verhoging omdat de toename van de arbeidsongeschiktheid volgens medisch onderzoek niet gerelateerd was aan de oorspronkelijke rugklachten, maar aan andere aandoeningen zoals chronische vermoeidheid en fibromyalgie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. Medische rapporten van verzekeringsartsen en specialisten wezen uit dat de ADL-afhankelijkheid van appellante voortkomt uit ziektegedrag en niet uit de rugklachten die de oorspronkelijke WAO-uitkering rechtvaardigden.
Appellante stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat haar toegenomen arbeidsongeschiktheid uitsluitend aan rugklachten te wijten was, maar kon dit niet onderbouwen met actuele medische verklaringen. Ook voorzieningen toegekend door andere instanties op grond van andere wetgeving werden niet als bewijs erkend voor de WAO-beoordeling.
De Raad concludeerde dat de weigering tot verhoging van de WAO-uitkering terecht was en dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gegeven op 25 november 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering terecht niet is verhoogd omdat de toegenomen arbeidsongeschiktheid niet voortkomt uit de oorspronkelijke rugklachten.