ECLI:NL:CRVB:2005:AU6717
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning WUV-uitkering en weigering vergoeding voedingssupplementen
Eiser, geboren in 1920, diende in juni 2003 een aanvraag in voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV). Verweerster kende de uitkering toe met ingang van 1 juni 2003, maar wees de vergoeding van kosten voor vitamines en voedingssupplementen af. Eiser stelde dat ook zijn hartklachten verband hielden met de oorlogservaringen en dat de uitkering met terugwerkende kracht tot januari 1975 had moeten worden toegekend.
De Raad oordeelde dat de WUV-uitkering conform artikel 34 van Pro de Wet toegekend moet worden vanaf de maand van aanvraag en dat verweerster niet bevoegd is hiervan af te wijken. De eerdere afwijzing uit 1975 is rechtens onaantastbaar. De medische adviezen stelden dat de hartklachten dateren vanaf 1990 en dat er geen causaal verband met de oorlog is. De Raad vond geen reden deze adviezen te betwisten.
Ten aanzien van de vergoeding van vitamines en voedingssupplementen stelde de Raad vast dat het geen geneesmiddelen betreft en dat artikel 20 van Pro de Wet alleen vergoeding van geneeskundige behandeling en verpleging toestaat. Daarom werd de vergoeding terecht geweigerd. De Raad wees ook een vergoeding van proceskosten af. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de toekenning van de WUV-uitkering vanaf de datum van aanvraag en de weigering van vergoeding voor voedingssupplementen bevestigd.