ECLI:NL:CRVB:2005:AU6533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt beslissing UWV over arbeidsongeschiktheid schoonmaakster
Appellante werkte vanaf 28 juni 1999 als schoonmaakster via een uitzendbureau totdat zij op 17 januari 2000 uitviel met klachten aan schouders en onderrug. Het UWV weigerde haar een WAO-uitkering toe te kennen omdat zij volgens het UWV al gedeeltelijk arbeidsongeschikt was bij aanvang van haar werkzaamheden en er geen toename van arbeidsongeschiktheid was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat er geen objectieve toename van klachten was. In hoger beroep stelde appellante dat zij niet arbeidsongeschikt was bij aanvang van haar werkzaamheden. De Raad oordeelde dat appellante bijna zeven maanden zonder noemenswaardig ziekteverzuim of disfunctioneren had gewerkt, gemiddeld 45 uur per week, en dat er geen indicaties waren voor reële ongeschiktheid bij aanvang.
De Raad hechtte tevens gewicht aan een medisch schrijven van de huisarts van appellante, die geen aanwijzingen zag dat zij arbeidsongeschikt in dienst was getreden. Op grond hiervan vernietigde de Raad het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond en beval het UWV een nieuw besluit te nemen, waarbij het UWV tevens werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.