ECLI:NL:CRVB:2005:AU6506
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om een WAO-uitkering, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze toe te kennen omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht per 16 maart 2001.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. In hoger beroep werd aangevoerd dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de motivering van de afwijking van het advies van de psychiater onvoldoende was.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de rechtbank terecht de motivering van de afwijking van het psychiatrisch advies aanvaardde. Tevens werd geoordeeld dat de belasting van de voorgehouden functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijdt en dat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.