ECLI:NL:CRVB:2005:AU6504
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 9 november 2000
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 3 november 2000 waarbij haar een WAO-uitkering werd geweigerd omdat zij per die datum minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Het bezwaar werd op 3 juni 2002 ongegrond verklaard door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), waarna de rechtbank Arnhem dit besluit bij uitspraak van 18 november 2003 bevestigde.
Appellante stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep, die het geschil behandelde op 7 oktober 2005. Tijdens de behandeling verscheen de echtgenoot van appellante en werd het Uwv vertegenwoordigd door een gemachtigde. De Raad concludeerde dat appellante in hoger beroep geen nieuwe relevante gezichtspunten had ingebracht en dat het standpunt van het Uwv terecht was dat er per 9 november 2000 geen sprake was van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO.
De Raad wees ook het betoog af dat appellante niet op 10 november 1999, maar op 28 februari 2000 ziek zou zijn gemeld, omdat dit niet strookt met de feiten. De brief van de echtgenoot van appellante waarin melding van ziekmelding op 10 november 1999 werd bevestigd, werd als doorslaggevend beschouwd. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en het besluit van het Uwv.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 9 november 2000.