ECLI:NL:CRVB:2005:AU6451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, een tuinbouwmedewerker, viel op 9 maart 2000 uit wegens hoofdpijn en duizeligheid, met psychische klachten. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts en beoordeling door een arbeidsdeskundige werd geconcludeerd dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was, waardoor een WAO-uitkering werd geweigerd. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij medisch meer beperkt was dan vastgesteld en dat de verzekeringsarts niet volstaan had met dossieronderzoek. Hij stelde dat aanvullende medische gegevens en collegiaal overleg met een psychiater noodzakelijk waren. De Raad overwoog dat appellant geen aanvullende medische stukken had overgelegd en dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende expertise had om het dossier te beoordelen.
De Raad achtte een nader medisch onderzoek niet noodzakelijk en onderschreef de eerdere overwegingen dat appellant onvoldoende arbeidsongeschikt was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.