ECLI:NL:CRVB:2005:AU6331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde premies na faillissement touringcarbedrijf
Appellant bracht zijn eenmanszaak touringcarbedrijf in een vennootschap naar Belgisch recht (TI) in, die in juni 2000 failliet werd verklaard. Het UWV stelde appellant hoofdelijk aansprakelijk voor onbetaald gebleven premies werknemersverzekeringen op grond van artikel 16d van de Coördinatiewet Sociale Verzekering. Appellant voerde aan dat hij als bestuurder zorgvuldig had gehandeld en het faillissement niet aan hem te wijten was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant niet had voldaan aan de meldingsplicht betalingsonmacht en het vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur niet had weerlegd. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de afhankelijkheid van één grote opdrachtgever en het gebruik van privébetalingen onvoldoende zijn om kennelijk onbehoorlijk bestuur aan te nemen.
De Raad benadrukt dat de branche kenmerkt zich door afhankelijkheid van grote opdrachtgevers en dat TI als kleine onderneming opereerde. Ook het ontbreken van een jaarrekening en de wijze van betalingen bieden onvoldoende aanknopingspunten voor onbehoorlijk bestuur. De curator had bovendien afgezien van aansprakelijkheid op grond van de Wet Bestuurdersaansprakelijkheid. De Raad vernietigt het besluit en beveelt een nieuw besluit op bezwaar.
Uitkomst: Het besluit tot hoofdelijk aansprakelijkstelling wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van kennelijk onbehoorlijk bestuur.