ECLI:NL:CRVB:2005:AU6249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit arbeidsongeschiktheid WAO wegens onvoldoende motivering
Appellant is op 9 april 2001 uitgevallen wegens rug- en psychische klachten en verzocht om een WAO-uitkering. Het UWV besloot op 28 november 2002 dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank Middelburg bevestigde dit besluit op 29 september 2003.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij zowel lichamelijk als psychisch ernstiger beperkt is dan het UWV aannam en dat hij niet acht uur per dag kan werken. Hij verzocht om onderzoek door een onafhankelijke deskundige. De Raad overwoog dat appellant zijn standpunten niet met concrete medische gegevens had onderbouwd en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
De Raad oordeelde dat de functies die bij de schatting zijn gebruikt passend zijn en dat de belastbaarheid van appellant niet wordt overschreden. Wel vond de Raad dat het UWV onvoldoende gemotiveerd had waarom de functies passend zijn, en vernietigde daarom het bestreden besluit, terwijl de rechtsgevolgen daarvan in stand bleven. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.