ECLI:NL:CRVB:2005:AU6185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- G. van der Wiel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling sociaal loon in feitelijke verdiensten bij WAO-uitkering
Appellant, werkzaam als constructiebankwerker, viel in september 1990 door ziekte uit en hervatte aangepast werk bij dezelfde werkgever. Zijn WAO-uitkering werd herzien op basis van zijn feitelijke verdiensten, waarbij onenigheid bestond over de vraag of het uurloon van ƒ 21,90 een bestanddeel aan sociaal loon bevatte.
De Raad oordeelde dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat sociaal loon in het uurloon was verdisconteerd. Dit oordeel steunde op arbeidsdeskundige rapporten waarin de werkgever aangaf geen sociaal loon meer te verlenen en bevestigde dat het salaris overeenkomt met de loonwaarde. Een latere verklaring van de ex-werkgever werd niet meegewogen wegens gebrek aan onderbouwing.
Zelfs bij een hypothetisch sociaal loonbestanddeel van 15% zou het arbeidsongeschiktheidspercentage niet wijzigen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een beroep op artikel 8:75 Awb Pro af.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat geen sociaal loon is inbegrepen in het uurloon en handhaaft het arbeidsongeschiktheidspercentage.