ECLI:NL:CRVB:2005:AU6060
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hernieuwde aanvraag nabestaandenuitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft een hernieuwde aanvraag ingediend voor een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank heeft deze aanvraag afgewezen omdat er geen sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden sinds het eerdere, onherroepelijke afwijzingsbesluit uit 1996.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat omstandigheden rondom een echtscheidingsprocedure, waarbij zij afzag van alimentatie, nieuwe feiten zouden zijn. De Raad oordeelde echter dat dit geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad concludeerde dat de Sociale verzekeringsbank terecht de aanvraag heeft afgewezen zonder toepassing van artikel 4:5 Awb Pro. Ook andere aangevoerde gronden van appellante konden het bestreden besluit niet aantasten. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de hernieuwde aanvraag nabestaandenuitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.