ECLI:NL:CRVB:2005:AU5952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correcte berekening van WW-dagloon naast WAO-uitkering
Appellante, die naast een WW-uitkering ook een WAO-uitkering ontvangt, betwistte de berekening van haar WW-dagloon door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Volgens appellante zou het totale uitkeringsniveau 70% van het loongerelateerde WAO-dagloon moeten bedragen, zoals zij afleidde uit de Aantekeningen bij artikel 14 van Pro de Dagloonregels IWS.
De rechtbank Amsterdam oordeelde echter dat het Uwv het WW-dagloon correct had vastgesteld op basis van het loongerelateerde WAO-dagloon en dat geen ophoging van het dagloon noodzakelijk was. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat noch de wet, noch de jurisprudentie een dergelijk totaaluitkeringsniveau voorschrijft.
Voorts benadrukt de Raad dat een verhoging van het totale uitkeringsniveau een ongewenste doorkruising zou betekenen van artikel 21b van de WAO, dat de basis vormt voor de WAO-uitkering. De Raad ziet geen grond om af te wijken van de berekeningswijze en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de berekening van het WW-dagloon wordt bevestigd.