ECLI:NL:CRVB:2005:AU5713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Geen privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen gereedschapsmaker en exploitant gereedschapsmakerij
Appellante exploiteert een gereedschapsmakerij en betrokkene heeft in de periode van augustus 2001 tot januari 2002 werkzaamheden als gereedschapsmaker verricht via zijn eenmanszaak. Gedaagde stelde dat er sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en legde correctienota's en boetenota's op wegens niet-verantwoorde betalingen in de loonadministratie.
Appellante betwistte het bestaan van een gezagsverhouding en daarmee de dienstbetrekking. De Raad beoordeelde of gedaagde voldoende aannemelijk had gemaakt dat betrokkene onder gezag van appellante werkte. Uit de feiten bleek dat betrokkene zelfstandig en in eigen tempo werkte, zonder organisatorische of werkinhoudelijke aanwijzingen van appellante, en dat de controle beperkt was tot kwaliteitscontrole van het eindproduct.
De Raad concludeerde dat de werkzaamheden van betrokkene niet wezenlijk onderdeel vormden van de bedrijfsvoering van appellante en dat de relatie meer leek op aanneming van grote klussen. Hierdoor was geen sprake van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De bestreden besluiten en de daarop gebaseerde boetes werden vernietigd en gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de bestreden besluiten en oordeelt dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond tussen betrokkene en appellante.