ECLI:NL:CRVB:2005:AU5532
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van beperkte toepasselijkheid WUBO
Eiseres, geboren in 1939 in voormalig Nederlands-Indië, vroeg in 1999 erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die zij toeschrijft aan gebeurtenissen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode. Deze gebeurtenissen betroffen onder meer het in een sloot vallen tijdens het vluchten voor Japanse soldaten, het meemaken van beschietingen, het zien van afgehakte lichaamsdelen en het vernemen van de dood van haar tante.
Verweerster wees de aanvraag af omdat de genoemde gebeurtenissen niet binnen de reikwijdte van artikel 2, eerste lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO) vallen. Ook het bezwaar en het verzoek tot herziening in 2004 werden afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe relevante feiten of omstandigheden. De Raad oordeelde dat de verklaring van een getuige geen specifieke nieuwe feiten bevatte die aanleiding geven tot herziening.
De Raad benadrukte dat de wet een beperkte strekking heeft en alleen erkenning verleent aan personen die bepaalde, in de wet omschreven oorlogscalamiteiten hebben meegemaakt. Het zien van afgehakte lichaamsdelen en het meemaken van algemene oorlogsomstandigheden volstaan niet. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt ongegrond verklaard.