ECLI:NL:CRVB:2005:AU5473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht vader in dienst bij zoon in familierelatie niet aangenomen
De zaak betreft een geschil over de vraag of vader, werkzaam als kraanmachinist bij het bedrijf van zijn zoon, in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stond en daarmee verzekeringsplichtig was volgens de sociale werknemersverzekeringswetten.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat er wel sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, mede omdat vader zijn werkzaamheden verrichtte onder condities vergelijkbaar met die van een willekeurige derde werknemer. De Centrale Raad van Beroep kwam echter tot een ander oordeel en stelde dat de familierelatie tussen vader en zoon in overwegende mate doorwerkte in hun arbeidsrelatie, waardoor geen sprake was van een gezagsverhouding die kenmerkend is voor een dienstbetrekking.
De Raad motiveerde dat vader en zoon elkaars werkzaamheden aanvulden en dat vader ook als adviseur optrad. Er waren geen andere werknemers in dienst om de positie van vader mee te vergelijken, en er ontbraken concrete aanwijzingen voor een gezagsrelatie, zoals een schriftelijke arbeidsovereenkomst of feitelijke gezagsuitoefening. De Raad vernietigde daarmee het eerdere vonnis en verklaarde het beroep van gedaagde ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond tussen vader en zoon en verklaart het beroep van gedaagde ongegrond.