ECLI:NL:CRVB:2005:AU5323
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Verzoeker diende op 7 februari 2004 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Tilburg wees deze aanvraag bij besluit van 15 juli 2004 af omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Verzoeker maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat verzoeker onvoldoende en niet-verifieerbare informatie over zijn financiële situatie had verstrekt. Ondanks het overleggen van enkele bankafschriften en facturen, ontbrak een volledige bedrijfsadministratie en waren er onduidelijkheden over het tijdstip van beëindiging van zijn eenmanszaak. Ook de verklaring over leningen en ondersteuning door derden was niet met bewijs onderbouwd.
De Raad concludeerde dat door het niet nakomen van de inlichtingenverplichting niet kon worden vastgesteld of verzoeker recht had op bijstand. Daarom werd de afwijzing van de aanvraag bevestigd. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat geen spoedeisend belang bestond. De voorzieningenrechter zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen vanwege onvoldoende inzicht in de financiële situatie van verzoeker.