ECLI:NL:CRVB:2005:AU5106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een WAO-uitkering, maar deze werd geweigerd omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De medische beoordeling, waaronder rapporten van verzekeringsartsen en een orthopedisch chirurg, toonde slechts beginnende degeneratieve afwijkingen en beperkte functionele beperkingen, met name in de linkerarm. Er werd geoordeeld dat appellante in staat was de voorgelegde functies te vervullen, ondanks haar klachten.
De Raad vond geen aanleiding om het medische oordeel te herzien of het bestreden besluit onzorgvuldig te achten. Ook het verzoek tot het benoemen van een deskundige werd afgewezen vanwege voldoende beschikbare medische gegevens.
De uitspraak bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid onvoldoende is om een WAO-uitkering toe te kennen, waarbij de medische beperkingen adequaat zijn meegewogen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.