ECLI:NL:CRVB:2005:AU5062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ANW-uitkering wegens vermeende niet-verzekering echtgenoot bij overlijden niet zorgvuldig
Appellante vroeg een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) nadat haar echtgenoot, die sinds 1966 in Nederland woonde en een WAO-uitkering ontving, was overleden in Marokko. De Sociale verzekeringsbank wees de aanvraag af omdat de echtgenoot op datum van overlijden niet verzekerd was voor de ANW. De rechtbank onderschreef dit standpunt.
In hoger beroep stelde appellante dat haar echtgenoot wel verzekerd was, mede omdat hij een WAO-uitkering ontving en het gewijzigde verdrag tussen Nederland en Marokko per 1 november 2004 recht op uitkering gaf. De Raad oordeelde dat niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat de echtgenoot met zijn vertrek uit Nederland definitief zijn banden had verbroken. Het enkele feit dat Marokko als woonland werd opgegeven, was onvoldoende bewijs.
De Raad vond dat de Sociale verzekeringsbank onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke situatie, zoals inschrijving in het bevolkingsregister en sociale bindingen. Hierdoor was het besluit niet zorgvuldig voorbereid en in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor een nieuw besluit. Tevens werd een vergoeding van €133,- toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de ANW-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en strijd met de Awb.