ECLI:NL:CRVB:2005:AU4521

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 oktober 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/6755 ALGEM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • B.J. van der Net
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens onjuiste adressering en termijnoverschrijding

In deze zaak is het hoger beroep van opposante tegen een uitspraak van de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet in acht nemen van de zeswekentermijn voor het indienen van het beroepschrift. Opposante stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.

Tijdens de zitting voerde de gemachtigde van opposante aan dat het hoger beroepschrift onjuist was geadresseerd aan Maliebaan 31 te Utrecht, maar dat erop vertrouwd mocht worden dat de postdienst de stukken zou retourneren of alsnog op het juiste adres zou bezorgen. De Raad overwoog echter dat het risico van een onjuiste adressering en het niet tijdig indienen volledig voor rekening komt van de partij die het beroep instelt.

De Raad vond geen omstandigheden die het verzuim van opposante konden rechtvaardigen en oordeelde dat het verzet ongegrond is. Er was geen aanleiding om toepassing te geven aan de uitzonderingsbepaling in artikel 8:75 van Pro de Awb.

De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep en wees het verzet af.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens onjuiste adressering en termijnoverschrijding.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/6755 ALGEM
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposante], gevestigd te [vestigingsplaats], opposante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij uitspraak van de Raad van 7 april 2005 is het namens opposante ingestelde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank te Breda van 11 december 2001 met registratienummer 00/2013 ALGEM niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft mr. L.M. Schelstraete, advocaat te Tilburg, een verzetschrift ingediend.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 22 september 2005, waar namens opposante is verschenen mr. R.A. Jong, advocaat te Tilburg, geopposeerde met voorafgaand bericht niet is verschenen.
II. MOTIVERING
De uitspraak van de Raad van 7 april 2005 is kort samengevat, hierop gebaseerd dat bij het instellen van het hoger beroep de termijn van zes weken voor het indienen van een beroepschrift niet in acht is genomen en dat geen aanknopingspunten zijn gevonden om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
In geding is de vraag of het hoger beroep van opposante terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
Ter zitting van de Raad heeft mr. R.A. Jong aangevoerd dat de toenmalige gemachtigde mr. drs. A.E.T.M. van de Camp het hoger beroepschrift aan Maliebaan 31 te Utrecht heeft gericht en dat tot op zekere hoogte erop vertrouwd mag worden dat bij een onjuiste adressering de stukken door TPG-Post geretourneerd worden danwel op het juiste adres aangeboden worden.
In aansluiting op hetgeen in de uitspraken 7 april 2005 is overwogen merkt de Raad op dat hij in hetgeen namens opposant in verzet heeft aangevoerd geen omstandigheden heeft gevonden welke kunnen leiden tot de conclusie dat opposante zijn verzuim in de onderhavige zaak niet kan worden tegengeworpen.
De Raad overweegt daarbij dat in situaties als de onderhavige het uitgangspunt geldt dat het risico van het niet tijdig aan het juiste adres verzenden van het beroepschrift volledig voor rekening komt van de partij die het hoger beroep instelt.
Gelet op het vorenstaande bestaat er aanleiding het verzet met toepassing van artikel 8:55, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Awb ongegrond te verklaren.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. B.J. van der Net als voorzitter, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 10 oktober 2005.
(get.) B.J. van der Net.
(get.) R.E. Lysen.
JK/12105