ECLI:NL:CRVB:2005:AU4502
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens verzwegen inkomsten uit arbeid
Appellant ontving een WAO-uitkering en toeslag, maar de uitvoeringsinstantie (UWV) stelde vast dat hij in de periode 1992-1999 inkomsten had uit arbeid als timmerman bij een bouwbedrijf, die niet waren gemeld. Op basis van een rapport werknemersfraude met getuigenverklaringen en administratie werd geconcludeerd dat appellant gedurende ruim 600 dagen werkte en daarvoor een vergoeding ontving.
Appellant stelde dat het ging om hand- en spandiensten of werkzaamheden met toestemming voor 10 uur per week, maar de rechtbank en de Raad oordeelden dat de omvang en aard van de werkzaamheden dit niet aannemelijk maakten. De schatting van de inkomsten op f 100 netto per dag werd als redelijk beschouwd.
De Raad bevestigde het bestreden besluit waarin de terugvordering van onverschuldigde uitkeringen werd gehandhaafd. Er was geen aanleiding om de proceskosten aan een partij toe te wijzen. De Raad vond de getuigenverklaringen betrouwbaar en de terugvordering rechtens juist.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigde WAO-uitkering en toeslag wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid.