ECLI:NL:CRVB:2005:AU4256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting suppletie wegens onvoldoende inspanning passende arbeid
Appellant, voormalig ambtenaar van de gemeente Amsterdam, werd arbeidsongeschikt verklaard na een motorongeval en kreeg ontslag wegens blijvende ongeschiktheid. Na ontslag ontving hij een suppletie-uitkering, waarop de verplichting rustte om passende arbeid te zoeken en mee te werken aan reïntegratie.
Gedaagde stelde dat appellant onvoldoende inspanningen leverde om passend werk te vinden, mede doordat hij weigerde mee te werken aan begeleiding door het door gedaagde aangewezen bureau RMP. Na meerdere kortingen van 20% op de suppletie werd de uitkering uiteindelijk geheel ingetrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant terecht werd verplicht zich te laten begeleiden door bureau RMP vanwege diens specialisatie en netwerk, en dat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die deze verplichting konden beperken.
Appellants beroep op onevenredigheid van de maatregel werd verworpen omdat het Maatregelenbesluit niet toetst aan het evenredigheidsbeginsel. De Raad vond geen aanleiding tot matiging van de sanctie en concludeerde dat gedaagde terecht de suppletie geheel heeft geweigerd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de suppletie wegens onvoldoende medewerking aan reïntegratie.