ECLI:NL:CRVB:2005:AU4230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na herhaalde werkweigering
Appellant was werkzaam als afwasser/schoonmaker en meldde zich opnieuw ziek in januari 2002. Hoewel hij op 5 februari 2002 arbeidsgeschikt werd verklaard, hervatte hij het werk niet. Na gesprekken met bedrijfsartsen en een tweede ontbindingsverzoek van de werkgever werd de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens werkweigering.
Appellant stelde dat hij nog steeds arbeidsongeschikt was en dat hij niet tijdig op de medische beoordelingen was geïnformeerd. De rechtbank oordeelde dat appellant wist of had kunnen weten dat hij het werk moest hervatten en dat er geen sprake was van verminderde verwijtbaarheid.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en benadrukte dat appellant kon voorzien dat het volharden in zijn standpunt tot ontslag zou leiden. Ook het niet aanvragen van een second opinion werd meegewogen. De Raad bevestigde daarom de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.