ECLI:NL:CRVB:2005:AU4110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M. M. van der Kade
- T. L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding bij beroep tegen uitblijven besluit op bezwaar Sociale verzekeringsbank
Appellante maakte bezwaar tegen besluiten van de Sociale verzekeringsbank inzake haar Algemene nabestaandenwet-uitkering. Nadat de Sociale verzekeringsbank niet binnen de wettelijke termijn op het bezwaar had beslist, stelde appellante beroep in bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
In hoger beroep stond de vraag centraal of de rechtbank terecht geen proceskostenveroordeling had toegekend. De Sociale verzekeringsbank stelde dat het beroep prematuur was omdat de beslistermijn nog niet was verstreken door opschorting vanwege het verzoek om aanvulling van de bezwaarschriften. De Raad oordeelde echter dat de bezwaarschriften voldoende gronden bevatten en dat de beslistermijn daardoor was overschreden toen het beroep werd ingesteld.
De Raad vernietigde het eerdere vonnis en veroordeelde de Sociale verzekeringsbank tot vergoeding van de proceskosten van appellante, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, vanwege het niet tijdig beslissen op bezwaar. De vergoeding werd vastgesteld op een totaalbedrag van €161,-.
Uitkomst: De Sociale verzekeringsbank wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan appellante wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar.