ECLI:NL:CRVB:2005:AU4106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid functies strijker en aardappelsorteerder bij WAO-uitkering
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage waarin werd geoordeeld dat de geselecteerde functies passend zijn binnen zijn belastbaarheidspatroon. De kern van het geschil betrof de geschiktheid van de functies strijker/perser en aardappelsorteerder vanwege zijn long- en rugklachten.
De rechtbank had vastgesteld dat de medische gegevens van de bezwaarverzekeringsartsen voldoende waren en dat appellant geen medische stukken had overgelegd die het oordeel konden betwijfelen. De functies passen binnen het belastbaarheidspatroon vastgesteld op 5 december 2001. In hoger beroep voerde appellant aan dat stof, waterdamp en zand in deze functies schadelijk voor hem zouden zijn.
De Raad overwoog dat uit de medische gegevens en aanvullend commentaar van de bezwaarverzekeringsarts bleek dat de functie aardappelsorteerder geen schadelijke stoffen bevat voor appellant en dat de functie strijker passend is met inachtneming van zijn beperkingen. De mate van arbeidsongeschiktheid werd bevestigd op 35 tot 45%. De Raad zag geen reden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigde de uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de functies strijker en aardappelsorteerder passend zijn voor appellant en wijst het hoger beroep af.